de pianola

Een pianola is een semi-automatische of volautomatische piano die dankzij een pneumatisch systeem muziek afspeelt van geperforeerde papieren rollen. De correcte Nederlandse term is kunstspelpiano, maar “Pianola”, oorspronkelijk een merknaam onder patent van The Aeolian Company uit New York, werd de verzamelnaam voor alle merken en types. Voor zij die het zich konden veroorloven waren de pianola en de grammofoon de belangrijkste muziekmakers in de huiskamers van het begin van de twintigste eeuw.

De eerste modellen pianola’s waren voorzetapparaten, in het Engels “piano player” of “push-up” genoemd. Voorzetapparaten worden tegen een gewone piano aangeschoven. De nieuwigheid kende zo’n groot succes dat al snel piano’s werden aangeboden waarin het mechanisme zat ingebouwd. Bijna alle pianola’s moeten bespeeld worden door een pianolist, iemand die met 2 pedalen onderdruk opwekt voor het pneumatische systeem en die tegelijk via hendeltjes tempo en dynamiek controleert. Een goede pianolist kan een realistische, expressieve prestatie neerzetten zonder zelf pianist te zijn, de noten staan immers op de rol ! Een dosis muzikaliteit en wat oefening, meer is niet nodig.

De fabricanten perfectioneerden de techniek steeds verder, en al vanaf 1905 werden volautomatische pianola’s op de markt gebracht, de zogenaamde mechanische reproductiepiano’s. “Pedaleren” is hier niet meer nodig, en ook de artistieke rol van de pianolist verdween.Deze elektrisch aangedreven pianola’s kunnen immers een accurate weergave afspelen van een oorspronkelijke artistieke prestatie. Waar de muziek voordien in het papier werd geponst vanaf een partituur, lieten nieuwe systemen toe om de prestatie zelf van een pianist weg te schrijven op rollen, met behoud van nuances in dynamiek, tempo en zelfs het pedaalgebruik.

De grootste componisten en pianisten van hun tijd, zoals Grieg, Rachmaninov, Debussy, Ravel, Mahler, Richard Strauss, Stravinsky maar ook Paderewski, Josef Hofmann, Leschetizsky en Horowitz hebben opnames gemaakt voor mechanische reproductiepiano’s. Van deze Rolls Royce van de pianola’s zijn veel minder exemplaren bewaard dan van de semi-automatische versie met pedalen. Vandaag zijn er ter wereld maar een handvol specialisten die zo’n instrument op voldoende hoog technisch niveau kunnen brengen om de rollen tot hun recht te laten komen. Maar waar dat gebeurt, is de magie tastbaar.

Alles samen moeten er in de eerste dertig jaar van de twintigste eeuw zo’n 2 miljoen pianola’s zijn gebouwd, en het repertoire beslaat tienduizenden titels. In de hoogdagen was zo goed als het hele toen gekende pianorepertoire, inclusief arrangementen van opera- en orkestwerk, vroege jazz en lichte muziek, verkrijgbaar op rollen. In de crisisjaren vanaf 1930 verdween de relatief dure en grote pianola en luisterde men naar de radio of de elektrische grammofoon.

Met dank aan
Kasper Janse – Pianolamuseum Amsterdam
Rex Lawson – The Pianola Institute, London